Oefeningen EVRBVersion en ligne Oefeningen EVRB par Van den Hove Annelies 1 Een auto start vanuit rust en versnelt met een constante versnelling van 2 m/s². Wat is zijn snelheid na een periode van 7 seconden? a 21 m/s b 7 m/s c 14 m/s d 49 m/s 2 Een auto versnelt in 8 seconden van 14 m/s tot 20 m/s. Wat is zijn versnelling, aangenomen dat deze constant is? Welke afstand heeft hij gedurende deze 8 seconden afgelegd? a 0.75 m/s² en 136 m b 4 m/s² en 248 m c 0.75 m/s² en 115 m d 0.75 m/s² en 184 m 3 Een sportwagen start vanuit rust en versnelt met een constante versnelling van 8 m/s² gedurende een race van 500 m. Hoe snel komt de sportwagen over de finish? a 89 km/h b 63 m/s c 89 m/s d 63 km/u 4 Een auto vertraagt van 50 km/u tot rust over een afstand van 45 m. Wat is zijn versnelling? Neem aan dat de versnelling constant is. a - 28 m/s² b - 2 m/s² c - 0.15 m/s² d 8 m/s² 5 Een licht vliegtuig moet om te kunnen opstijgen een snelheid van 30 m/s bereiken. Hoelang moet de startbaan zijn? Veronderstel een constante versnelling van 3 m/s². a 50 m b 150 m c 300 m d 450 m