1
De Kelten leven in rangen.
2
Het stamhoofd, de druïde en de krijgsadel behoren tot de ...
3
Tweede periode van de Keltische beschaving.
4
Afgebeeld in eenvoudige, maar karakteristieke vorm.
5
De leider bij de Kelten.
6
Veel versieringen: ingewikkeld en zwierig.
7
De onderste trede van de standenpiramide.
8
De Kelten stichten nooit één rijk, maar leven in verschillende gemeenschappen naast elkaar.
9
De Kelten leven in verschillende gemeenschappen.
10
Hij is een rechter, waarzegger, sterrenkundige, tussenpersoon van mens en goden...
11
Belangrijkste product in de eerste periode.