Compléter CP 2.7: taalbeschouwing (uitspraken)Version en ligne Vul het juiste woord in. par Sarah de Ridder 1 mol verkeer tomaat tippen tenen rood vos heer gaten kippenvel poes haas rot heleboel blind Hij let op alles . Hij houd alles goed in de . Hij rijdt veilig en laat mensen voor . Hij is een in het . Hij ziet het niet . Hij is zo als een . Hij schaamt zich . Hij ziet zo als een . Hij voelt zich heel slecht . Hij voelt zich . Hij rent snel . Hij kan rennen als een . Hij weet veel . Hij weet een . Die film is heel mooi . Ik voel het aan mijn huid . Ik krijg . Hij loopt heel voorzichtig . Hij loopt op de van zijn . Hij is heel lief . Hij is zo lief als een . Hij is heel slim . Hij is zo slim als een .