Créer jeu
Télécharger
Obtenir Plan Académique
Partager le jeu
Intégrez-le à votre plateforme

Vous pouvez intégrer le jeu dans un LMS compatible avec LTI 1.1 ou LTI 1.3 comme Canvas, Moodle ou Blackboard. Les scores seront ainsi automatiquement enregistrés dans le carnet de notes de la plateforme.
Télécharger
Vous avez dépassé le nombre maximum de jeux que vous pouvez intégrer à Google Classroom avec votre Plan actuel.

Pour intégrer autant de jeux que vous le souhaitez dans Google Classroom, vous avez besoin d’un Plan Académique ou un Plan Commerciel.

Vous avez dépassé le nombre maximum de jeux que vous pouvez intégrer à Microsoft Teams avec votre Plan actuel.

Pour intégrer autant de jeux que vous le souhaitez dans Microsoft Teams, vous avez besoin d’un Plan Académique ou un Plan Commerciel.

Le téléchargement du jeu est une fonctionnalité exclusive pour les utilisateurs avec un Plan Académique ou un Plan Commercial.

Obtenez votre Plan Académique ou Plan Commercial dès maintenant et commencez à intégrer vos jeux dans votre LMS, votre site Web ou votre blog.

Si vous le souhaitez, vous pouvez télécharger une jeu de test ici et tester son intégration:

Kies de juiste mogelijkheid

Test

Parties jouées 62

À propos de cette activité

In deze quiz krijg je 10 vragen. Er is telkens 1 correct antwoord.

Créé par

Belgium

Téléchargez la version pour jouer sur papier

Créez votre propre jeu gratuite à partir de notre créateur de jeu
Affrontez vos amis pour voir qui obtient le meilleur score dans ce jeu

Top Jeux

%
Anonyme
Anonyme
%
%
%
Vous avez dépassé le nombre maximum de jeux que vous pouvez imprimer avec votre Plan actuel.

Pour imprimer autant de jeux que vous le souhaitez, vous avez besoin d’un Plan Académique ou un Plan Commerciel.

Imprimez votre jeu
Kies de juiste mogelijkheid
 

Kies de juiste mogelijkheidVersion en ligne

In deze quiz krijg je 10 vragen. Er is telkens 1 correct antwoord.

par Annelore Willems
1

Moest Arend toch nog langs komen, bel me dan eens op.

2

Je moet morgen niet komen.

3

Hij heeft lang (te) zitten (te) lezen.

4

Hoef/ moet ik dat nou echt (te) doen?

5

Door te lang (te) zitten (te) lezen, maak je je ogen kapot.

6

Hij heeft de hele dag zijn vrouw proberen op te bellen.

7

Je had dat toch niet hoeven (te) doen.

8

Een aantal kamerleden kwam/kwamen niet opdagen.

9

Ik durf niet (te) voorspellen hoe dat zal aflopen.

10

De school moet leerlingen niet eenzijdig klaarstomen voor de arbeidsmarkt.

11

Ik wil dat niet doen omdat daaraan te veel risico's zouden verbonden zijn.

Feedback

Om een mogelijkheid uit te drukken, gebruik je 'mocht'. Hypothetisch 'moest' is geen Standaardnederlands.

Het werkwoord 'moeten' kan in een negatieve context gebruikt worden, als het contrastief is: 'Je moet niet komen, maar je mag wel'.

Zitten + te + lezen = je legt de nadruk op het feit dat hij daar lang zat en lang las. Zitten + zonder te + lezen: nadruk op het feit dat hij lang las.

'Hoeven' gebruik je in een negatieve context met betekenis 'niet verplicht, niet noodzakelijk'. Het krijgt verplicht 'te' bij zich. In deze zin krijg je dan de betekenis: 'Ben ik nu echt verplicht dat te doen?'. 'Moeten' kan hier echter ook gebruikt worden. Het drukt dan een contrast uit: 'Moet ik dat nu echt doen, of mag het?'.

Normaal neemt 'zitten' een te-infinitief, maar hier heb je met een uitzondering te maken. Als het werkwoord 'zitten' deel uitmaakt van een werkwoordelijke eindgroep, gevolgd wordt door een infinitief en al voorafgegaan wordt door een 'te', is er een heel sterke voorkeur om de tweede te weg te laten.

'Proberen' krijgt altijd een te-infinitief.

'Hoeven' krijgt verplicht een te-infinitief.

Als 'een aantal' bedoeld is als hoeveelheidsaanduiding met de betekenis 'enkele kamerleden' is zowel een enkelvoudige als een meervoudige persoonsvorm mogelijk. Als 'een aantal' moet uitdrukken dat het om een collectief of een eenheid gaat, ligt een enkelvoudige persoonsvorm voor de hand. Hier krijg je geen context, waardoor je niet kan beslissen.

'Durven' krijgt een verplichte te-infinitief.

Het werkwoord 'moeten' kan in een negatieve context gebruikt worden als het contrastief is: 'de school moet dat niet doen, maar mag het wel doen'.

Als er drie werkwoorden in de werkwoordelijke eindgroep staan, waarvan er één een deelwoord is, dan mag het deelwoord niet tussen de andere werkwoorden staan.

Voulez-vous vraiment quitter la page ?

En quittant la page, vous perdrez la progression du jeu.