10 werkwoorden met werkenVersion en ligne Kies de juiste optie. par Alexia 1 Ik moet mijn plan ___ voor de vergadering. a uitwerken b inwerken c tegenwerken d netwerken 2 Nieuwe medewerkers moeten zich ___ om het bedrijf te leren kennen. a meewerken b samenwerken c inwerken d verwerken 3 Kun jij de foto’s ___ voor de website? a inwerken b tegenwerken c overwerken d bewerken 4 Het is belangrijk om het trauma te ___. a inwerken b tegenwerken c verwerken d bewerken 5 Wij ___ aan het project van onze collega. a werken mee b werken tegen c werken over d bewerken 6 Soms kan iemand de groep ___ zonder dat je het merkt. a verwerken b telewerken c tegenwerken d netwerken 7 Op school leren kinderen goed ___ in groepjes. a bewerken b overwerken c verwerken d samenwerken 8 Ik moet vanavond ___ omdat er veel werk is. a inwerken b overwerken c netwerken d tegenwerken 9 Tijdens de lockdown moest ik vaak ___. a inwerken b verwerken c telewerken d tegenwerken 10 Op het congres kun je goed ___ met andere mensen. a netwerken b overwerken c telewerken d verwerken