Gelukstrappers -herhalingsquizVersion en ligne Vul deze quiz in om nog eens de leerstof te herhalen. Je mag je werkboek gebruiken. par Elise Herman 1 Wat doe je NIET in je vrije tijd? a naar de cinema b naar school c naar de muziekles d naar het strand 2 Wat is de leerplichtwet Kies één of meerdere antwoorden a Een wet die zegt dat kinderen tot 5 jaar niet naar school moeten. b Een wet die zegt dat kinderen tussen 6-14 jaar naar school moeten. c Een wet die zegt dat kinderen vanaf 14 niet meer naar school mogen. d Een wet die zegt dat kinderen niet naar school mogen. 3 Welke voorbeelden zijn ACTIEVE hobby's? Kies één of meerdere antwoorden a fietsen b tv kijken c dansen d chips eten 4 Welke zijn PASSIEVE hobby's? a gamen b in de zetel liggen c buiten spelen met de bal d pingpongen 5 Waarom begin je een training best met een opwarming? a Omdat je anders teveel hetzelfde doet b Omdat de tijd dan sneller voorbij gaat c Om een blessure te voorkomen 6 Welke spier in ons lichaam werkt als een pomp? Geschreven antwoord 7 Hoe heet het verboden middel waarmee je beter kan sporten? a druivensuiker b doping c sportdrank 8 Wat zijn de paralympics? a De olympiche spelen voor paracommando soldaten. b De olympische spelen. c De olympische spelen voor mensen met een beperking. 9 Wat helpt bij een blinde persoon? a rolstoel b braille - schrift c een hoorapparaat 10 Wat helpt bij een persoon met gehoorsproblemen? Kies één of meerdere antwoorden a hoorapparaat b gebarentaal c blindengeleidenhond 11 Waarom speelden de kinderen vroeger meer buiten? Kies één of meerdere antwoorden a Er waren minder auto's, dus de straat was minder druk. b Mama en papa wilden gewoon niet dat de kinderen binnen speelden. c Hun schoenen waren veel te vuil om binnen te spelen d Er waren nog veel minder beeldschermen 12 rangschik van oud naar nieuw (door een komma te gebruiken): playmobil, barbie, stratego, meccano, boombandjes, gameboy Geschreven antwoord 13 Op welke 3 manieren kan speelgoed bewegen? Kies één of meerdere antwoorden a spierkracht b elektriciteit c batterijen d touwtjes 14 Fair play is..... a Eerlijk spelen, ook al kan je erdoor niet winnen en lief zijn tegen de anderen. b Vals spelen zodat je altijd wint. c Eerlijk spelen, maar wel de tegenstander uitlachen. 15 Wat hoort NIET bij de olympische spelen? a vlam en fakkel b medailles c Griekenland d doping 16 In welk land waren de allereerste Olympische spelen? a Frankrijk b België c Griekenland d Amerika 17 Welke kleuren hebben de Olympische ringen? a rood, oranje, geel, blauw, paars b rood, groen, geel, blauw, zwart c oranje, wit, geel, blauw, groen Uitleg 17 Prima!!