Froggy Jumps Verschuiving van vraag en aanbodVersion en ligne 2de graad economie: oefeningen op verschuiving van vraag- en aanbodcurve par Michiel De Niel 1 Een verschuiving langs de vraagcurve van tennisrackets wordt veroorzaakt door a Een stijging van het inkomen b Een toename van de prijs die de producent vraagt voor extra rackets c Een toename van de prijs die de consument betaalt voor extra rackets 2 Een toename van de bevolkingsgrootte leidt tot volgende verschuiving a b c 3 Een Toename van de houtprijs leidt voor meubelfabrikanten tot volgende beweging van de curve a b c 4 De productiviteit van Volkswagen nam de afgelopen 5 jaar met 25% toe. Welke curve geeft dit weer? a b c 5 Een toename van het aantal tankstations leidt tot....... a Een prijsstijging van benzine b Een prijsdaling van benzine c Afname van de aangeboden hoeveelheid van bezine 6 Veel mensen verhuisden vorige eeuw van het platteland naar de stad. Dit leidde tot a Een stijging van de melkprijs op het platteland b Een stijging van de huizenprijs in de stad c Een daling van de huizenprijs in de stad 7 Als de prijs van benzine toeneemt, gebeurt grafisch op de automarkt het volgende: a b c 8 Als Apple een succesvolle promotiecampagne voert voor de iPad, dan gebeurt grafisch het volgende a b c 9 Als de voorkeur van de consument in Vlaanderen verandert van koffie naar thee dan gaat de vraagcurve van thee a Naar rechts verschuiven b Naar links verschuiven c Hetzelfde blijven 10 Een voorbeeld van twee substitutiegoederen zijn a Bakstenen en een huis b Een dak en een huis c Een stenen dak en een houten dak 11 Voor de vraag naar Lay's chips geldt het volgende: a Hoe goedkoper de zak Lay's chips, hoe kleiner de vraag b Als een zak Doritos chips goedkoper wordt, daalt de vraag naar Lay's chips c Zoute chips zijn lekkerder 12 Welke stelling klopt NIET voor de aanbodcurve a De aangeboden hoeveelheid stijgt als de prijs toeneemt b Stijgende grondstofprijzen zorgen voor een verschuiving naar links c Bij toename van het aantal producenten verschuift aanbod naar links 13 Voor 2 complementaire goederen geldt: a Als de prijs van goed 1 toeneemt, daalt de prijs van goed 2 b Als de prijs van goed 1 toeneemt, daalt de vraag naar goed 2 c Als de prijs van goed 1 toeneemt, stijgt de vraag naar goed 2 14 Voor 2 substitutiegoederen geldt: a Als de voorkeur voor goed 1 toeneemt, verschuift de vraag naar goed 2 naar links b Als de vraag naar goed 1 toeneemt, daalt de prijs van goed 2 c Geen van bovenstaanden 15 Als katoen duurder wordt, heeft dit het volgend effect voor T-shirt fabrikanten a b c 16 Duid een verschuiving langs de vraagcurve aan a b c 17 Kies de juiste grafiek: Door overstromingen in India, kan Nike minder schoenen verkopen. a b c 18 In Qatar is de vraag naar drinkwater enorm gestegen. Kies de passende grafiek a b c