2.
stof die je gebruikt om een voorwerp of product te maken
A
materiaal
B
verbinding
C
composiet
3.
manier om onderdelen van een constructie of voorwerp aan elkaar vast te maken
A
verspaanbaar
B
materiaal
C
verbinding
4.
materiaaleigenschap die aangeeft of het materiaal goed bewerkt kan worden met verspanend gereedschap verspanend gereedschap is gereedschap dat delen van het materiaal weghaalt zoals schaven beitels en zagen
A
composteren
B
verspaanbaar
C
GFT-afval
5.
afbreken van plantaardig afval door wormen schimmels en bacteriën zodat compost overblijft
A
KCA
B
kringloop
C
composteren
6.
Plantaardig afval dag goed gecomposteerd kan worden
A
gft-afval
B
C
kca
7.
schadelijke en giftige stoffen die apart van het overige afval worden verwerkt
A
gft-afval
B
C
kca
8.
proces waarbij materialensteeds opnieuw gebruikt worden in nieuwe producten zodat er veel minder grondstoffen nodig zijn
A
composteren
B
kringloop
C
restafval
9.
afval dat niet kan worden hergebruikt of gecomposteerd het wordt daarom verbrand in een vuilverwerkingsinstallatie
A
gft-afval
B
kca
C
restafval
10.
materiaaleigenschap die aangeeft hoe groot de massa per volume-eenheid is bijvoorbeeld in gram per kubieke centimeter