1
.
Hij
(
beklagen
)
zich
over
zijn
verregende
vakantie
.
2
.
Welke
middelen
je
ook
(
aanwenden
)
,
je
kunt
ratten
niet
de
baas
worden
.
3
.
Een
lekke
band
(
verplichten
)
hem
om
verder
te
lopen
.
4
.
Een
dikke
rookwolk
steeg
op
toen
de
boer
zijn
afval
(
verbranden
)
.
5
.
Tijdens
de
feestelijkheden
(
verlichten
)
men
de
openbare
gebouwen
.
6
.
Je
(
beledigen
)
hem
als
je
zijn
uitnodiging
(
afslaan
)
.
7
.
Hij
heeft
er
hard
voor
moeten
werken
,
maar
nu
heeft
hij
zijn
diploma
toch
(
bemachtigen
)
.
8
.
Wie
wat
(
beloven
)
,
moet
zijn
belofte
houden
.
9
.
Na
een
proefjaar
(
bepalen
)
de
gemeente
of
de
subsidie
(
worden
)
(
verlenen
)
.
10
.
Onze
krant
(
vermelden
)
altijd
de
examenuitslagen
.