Ik
(
gaan
)
vaak
naar
school
.
Hier
(
leren
)
ik
veel
over
Nederlands
,
wiskunde
,
biologie
en
sport
.
Daarnaast
(
vinden
)
ik
het
leuk
om
een
aantal
keer
in
de
week
te
werken
.
Voor
school
(
leren
)
wij
over
de
persoonsvorm
.
Dit
(
zijn
)
niet
moeilijk
,
maar
ook
niet
makkelijk
.
Op
werk
(
zijn
)
ik
veel
bezig
met
mensen
.
Dit
(
zijn
)
af
en
toe
erg
moeilijk
,
want
mensen
(
zijn
)
soms
vervelend
.
Ik
(
werken
)
bij
de
Albert
Heijn
als
servicebalie
medewerker
.
Hierdoor
(
verkopen
)
ik
veel
sigaretten
.
Dit
(
stinken
)
.