Compléter

werkwoorden - Verleden Tijd 10Version en ligne

werkwoorden oefenen in de verleden tijd

par Engels Sara
1

( Lezen ) jij ook die advertentie ?
Dit ( zijn ) mijn laatste kansen .
De kapitein ( komen ) tot de conclusie dat er twee matrozen verdwenen waren .
Ze ( zijn 3de persoon enkelvoud ) in het bos verdwaald .
Jan ( zitten ) op een stoel in de keuken .
Hij ( geven ) een glas water aan Piet .
( Nemen ) jij deze film op video op ?
( Werken ) mijn ouders deze middag in de tuin ?
( Kijken ) de juf de oefeningen na ?
Aan zee ( wandelen 3de persoon meervoud ) ze aan het strand .
De golven ( maken ) hen nat .
's Avonds ( zijn ) de jongens en de meisjes heel erg moe .
Ik ( veronderstellen ) dat hij vandaag zou komen .
Tijdens de speeltijd ( geven ) hij mijn vriend een schop .
Toen ik hem ( zien ) , ( zwaaien ) hij naar me .