nieuwe intermittent hangen nieuwe nooit 10a15 ademen water niet afknikken aspireren
Katheter
en
met
zuigende
beweging
inbrengen
in
de
tracheacanule
.
We
aspireren
niet
langer
dan
seconden
aanhoudend
.
We
aspireren
om
de
patiënt
toe
te
laten
tussenin
te
.
De
katheter
in
de
trachea
laten
en
niet
heen
en
weer
gaan
aspireren
.
Als
de
sonde
onvoldoende
doorgankelijk
is
doorspoelen
met
.
Als
men
een
borrelend
geluid
hoort
in
de
mond
en
keelholte
deze
ook
met
een
katheter
.
We
gebruiken
steeds
een
sonde
per
aspiratiebeurt
.